|
Arent de voornaam van onze stamvader
Arent De Brabandere (~1420) |
| (2006) Arent is een nog zeldzame voorkomende familienaam in België en
Frankrijk. |
|
 Titelblad
Tieghem 'Het Vlaamsche Lustoord' (1908) Tiegem beschreven
door
Stijn Streuvels (1871+1969) Dukkerij-uitgeverij J.
Lannoo.
Tielt |
Aernt, Arend, Arent, Arne, Arnold, Aernout,
Arnulf
Bisschop Ridder
Sint-Aernout (Sint-Arnoldus) fs (Fulbert
x Meinsinde) Vlaamse
patroon heilige van brouwers, herbergiers en molenaars.
°~1040 Tiegem (B) (Ingooigem, Kaster, Tiegem en Vichte
deelgemeenten van
Anzegem)
+ Onze-Lieve-Vrouw Hemelvaart 16 augustus 1087
Oudenburg (deelgemeenten Roksem, Ettelgem en Westkerke)
Sint-Arnout, vredestichter in Vlaanderen met Sint-Godelieve en
Sint-Gerwinus (Sint-Winoksbergen
Bergues <> Oudenburg) .Arnhold, Aernout, Arnwald
Afgeleid van het Germaanse
'aran',
= 'arend' en
'wald'= heersen.
'De machtige adelaar'.
|
Het gezellige arendsnest
Het gezellige arendsnest
"Voor de bengels van het arendsnest is het
altijd een enig- leuke gebeurtenis, bovenop de rijzige muilezel veilig tussen de
stoere armen van hun vader, de smalle steegjes te verkennen. Ieder trapje, ieder
pleintje en ieder hoekje heeft zijn eigen sfeer. Het moeiteloos op- en neer
wiegen bovenop de rug van de brave vlijtige muilezel geeft alleen al een blij
gevoel. Je stijgt al wiegend op en het kost je geen enkele moeite of inspanning.
Al de nieuwsjes worden doorgegeven uit de valleien, waar de wijngaarden tot aan
de horizon reiken als een goud- groen- gele op-en-neer deinende zee. Doorheen de
grimmig- kronkelende straatjes worden al de berichten doorgegeven, de
onbelangrijke zowel als de wereldschokkende, liefst alle faillieten en bankroeten; soms wordt er gefezeld als het om een schandaal gaat, of over één
of ander zedenmisdrijf. De vrouwen die vlijtig aan het werk zijn komen van
achter hun wastobben of van achter de oven die ze aan het warm stoken zijn,
toegelopen, om het nieuws van de dag te vernemen, met humor en met alle gebaren,
zelfs met leedvermaak als het iemand betreft die in stand of rijkdom hen
overtreft. Het is het levende journaal van iedere dag. De beste luisteraar van
al die nieuwsjes is de guitige bengel tussen de armen van zijn vader, die het
meest nog geniet van de replieken en opmerkingen van al de vrouwen. Geen plaats
ter wereld waar het gezelliger is om te wonen dan een arendsnest. In stemming
overtreft het in alles de grootsteden met hun saaie stationskwartieren en al te
drukke winkelstraten, waar de mensen elkaar niet groeten of zelfs onverschillig
voorbij stappen alsof het geesten of schimmen waren. In de smalle steegjes loop
je elkaar letterlijk tegen het lijf en dat alleen is al een hele communicatie op
zichzelf. Iets van diezelfde communicatie kan een kleine haven bezitten, waar
vissers bij hun terugkeer van een vispartij, heel wat nieuws opsteken van de
voorbij varende vissers. Alle ongevallen en sterfgevallen worden aldus
meegedeeld en gecommentarieerd, de opnamen in hospitalen en nu en dan een
zelfmoord van één of andere eenzaat uit de streek die het hier op aard voor
"gezien" heeft gehouden. Het arendsnest straalt een warme sfeer uit. Niemand is
er zeer rijk of opvallend beter behuisd of zal uitpakken met wat hij meer bezit
dan zijn buurman of buurvrouw. Niemand kent er miserie, niemand lijdt hier
honger. Allen delen in mekaars vreugden en beproevingen, allen delen in mekaars
lijden, ziekte of ongeluk. Niemand is onverschillig of onaangesproken in het
arendsnest. Het is een soort familieburcht, die ooit steen voor steen tegen de
rots werd opgebouwd, beveiligd tegen aardbevingen door bogen en steunmuren. De
smalle straatjes zijn veilig tegen de alles- vernietigende overstromingen in de
valleien, die in alle herfstmaanden wel eens woest huishouden; ook de stormen
halen hun slag niet thuis in de arendsnesten. De dikke muren met eiken poorten
beveiligden in het verleden de burgers tegen de goddeloze invallers, Noormannen
of woeste Vikingers, die niemand spaarden: noch vrouwen, noch mannen, noch
kinderen. Vanaf het eerste christendom waren de arendsnesten oorden van devotie.
De parochieherder leefde al het wel en wee mee met zijn toevertrouwde- zielen,
leefde even arm of was vaak eng behuisd in een kluis die aan de kerk was
bijgebouwd of zelfs in een krocht onder de kerk; doch een goed- gevulde
wijnkelder was er altijd bij. De arendsnesten genoten altijd van een goede
temperatuur. Zelfs als de steden broeiden van de warmte, waaide er in de
arendsnesten een frisse transmontaanse weldoende noordenwind. Voor een te
sterk- brandende zuiderzon waren ze meestal goed georiënteerd, zodat een hoger
gedeelte hen tegen de te sterke zon beveiligde en een natuurlijke aangename
schaduw bezorgde. Aan water was er nooit een tekort: alle daken leverden genoeg
regenwater op gedurende de winter om de ondergrondse voorraadputten die uit de
rots gehouwen waren, rijkelijk te vullen voor de consumptie van het hele jaar.
Voor de wereldvermaarde wijnsoorten bezaten de arendsnesten een uniek rijping-
en bewaringssysteem - in de grotten onderaan bet arendsnest - waar de
temperatuur steeds constant bleef. Niet te koel en niet te warm, ideaal voor het
zo belangrijke gistingsproces van de gouden wijn, die zichzelf uitzuiverde en
kristalliseerde tot een ware godendrank. Vaak waren de arendsnesten beroemde
bedevaartplaatsen die ieder een eigen "specialiteit" bezaten - nooit meer dan
één per arendsnest -. Het ene tegen het koudvuur, het andere tegen longziekten
of astma, nog een ander voor de beveiliging tegen huidziekten of bloedziekten,
een ander tegen dysenterie. Een heel uitzonderlijk arendsnest was beroemd als
mirakelplaats tegen de zo gevreesde tyfus. Deze ziekte was meegebracht door
uitgeputte en doodzieke kruisvaarders, die hun kruistocht hadden overleefd, om
in hun arendsnest te komen sterven.
In deze sfeer speelt het verhaal zich af.
Uniek in al zijn pittoreske schilderachtigheid en gezellige gelatenheid van een
zeldzame "wereld op zich", een wereld om van te dromen, om te mijmeren, te
verlangen en te fantaseren, een oerecht leven in al zijn authenticiteit en
waarachtigheid." .............
Arent de Brabandere (° ~1420) de Stamvader van Prof.
Prior Jan De Brabandere (1928) , fs Petrus (1890-1973) fs
Cyriel (1860-1943) brouwer, burgemeester
Marke (deelgemeente
Kortrijk) x Sara
Schautteet (1895)
De
vele nakomelingen
België Belgique
Belgien Belgium
EUROPA EU |