|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
• Besluit; (1985 Rudi De Brabandere)
In zijn werk "Les baillis comtaux" (18) vermeldt Nowé enkele leden van de familie "de Brabandere" die rond die jaren 1300 een aantal grafelijke ambten bekleedden: Thierry, Christiaan, Jan en Pierre. Onder de grafelijke baljuws (Thierry, Christiaan, Jan, Pierre) (18), daarnaast (lagere) officieren (Thierry: kapitein (27), Jehan: sergeant (26)), schout (Christiaan (II,14,18). De Baljuws werden meestal gekozen uit de kleine adel, leenmannen van de graaf van Vlaanderen, herhaaldelijk ook zijn er ridders onder hen te vinden (Thierry bvb) (18). Binnen deze familie kunnen we alvast van 2 personen met zekerheid aantonen dat ze in de streek van Sint-Winoksbergen woonden of er uit afkomstig waren: Tabel 1 - Christiaan de Brabandere, edelknaap (schildknaap) (13) - schout van Brugge 1287_-1288 (14, 18) - baljuw van Brugge vanaf 5/8 jan. 1292 en op 23 april 1293 (1', 14, 18, 23) - baljuw van Veurne jan. 1293-16 juli 1295 (6, 17, 18, 28, 29, 13) - schout van Brugge 1296-1297 (II) - baljuw van Brugge 1297 tot 11 juli 1298 (11, 18, 27 en Brugse Vrije 1', 28) In 1298 werden zijn goederen verbeurd verklaard en werd hij uit zijn functies gezet door Philips de Schone (11, 1') omdat hij klauwaard was, partij bleef kiezen van de graaf (13, 1'). We zien dat Christiaan onder andere goederen bezat in de streek van Sint-Winoksbergen: 57 gemeten land en landgoed en molen te Quadypre (enkele km ten zuiden van Sint_Winoksbergen) (11). Schepen Christiaan, die in 1295 optreedt (17) en dan ook in SWB woonachtig moet zijn, is de vader of zoon van de baljuw Christiaan (17). Tabel 2 - Thierry de Brabandere, vanaf 1304) chevalier/ridder - kapitein in het kasteel te Saaftingen 1302_1303 met zijn serianten (9, 27, 38) • Opmerking: de stadsbaljuw van Brugge droeg de naam schout. - baljuw van Gent 1304_1306 (9, 17, 18, 26, 27) vertegenwoordiger van Sint-Winoksbergen maart 1306 ook Thierry (Diederik) was een trouwe aanhanger van de graaf (17). Thierry en Christiaan bezetten tijdelijk de twee belangrijkste baljuwfuncties van Vlaanderen (18): deze der steden Brugge en Gent. Dit blijkt duidelijk uit hun wedde: 240 pond voor de baljuw van Brugge (14, 18), 220 pond voor die van Gent (18, 26), tegenover 120 voor die van Ieper (eind 14de eeuw). Hun houding tegenover de graaf zal daar zeker niet vreemd aan geweest zijn. In die periode liepen namelijk veel edelen en patriciërs over naar het Franse, koninklijke kamp. (vb: Jan en Simoen Lauwaert, eveneens grafelijke baljuws uit SWB (6, 11, 14, 17, 18). De grafelijke baljuws waren volledig afhankelijk van de graaf uit hoofde van hun functie (vertegenwoordigers van de graaf en het centrale gezag in de steden en kasselrijen, bewaren van de orde en rust, opmaken van de rekeningen, de rechten van de heer (graaf) vrijwaren als eigenaar en opperleenheer) (zie 18 en vermeldingen bij Christiaan en Thierry): - zonder ophouden worden ze van de ene stad naar de andere over geplaatst (zie Thierry en Christiaan) - ze worden bezoldigd, beëdigd door de graaf en berecht door het grafelijk hof. - ze worden nauwlettend gecontroleerd en bewaakt door de graaf in het uitoefenen van hun functie. - het centrale gezag houdt permanent contact met hen en onderwerpt ze continu aan diverse opdrachten Naast deze twee baljuws vinden we nog enkele naamgenoten als vertegenwoordigers, schepenen of eigenaars in Sint-Winoksbergen of omgeving in de 14de eeuw: Tabel 3 - Jehan, schepen SWB, 1308 (zelfde als vermeld als baljuw in 1310 (Veurne) (18) ? (+ zegel) (2;4) (41) - Chrestien, schepen SWB, 1295 (17) - Boudewijn, enqueteur in de kasselrij SWB, Ghivelde en Uxhem, 1330 (15) - Thierry, enqueteur in de kasselrij SWB, Coudekerke, 1330 (15). Deze enqueteurs werden aangesteld in hun eigen omgeving en waren meestal slachtoffers van de slag van Cassel. Tabel 4 - Jan, oproerleider in SWB, 1314_1315 (8) - Jan, leenman in SWB, 1389 (+ zegel) (4) - Pasquier, schepen SWB, 1454 (34) - Charles, in Spijker bij SWB, 1460 (20) Vanaf de 15de eeuw zijn de vermeldingen van naamgenoten in de wezerijregisters en poortersboeken van SWB echter uiterst schaars, wat er op wijst dat de familie (naam) hier nog slechts zelden voorkwam. Misschien zijn de meeste familieleden in de woelige 14de eeuw en toen in 1383 de Franse koning SWB en streek innam en verwoeste, gevlucht. Waar zijn de nazaten van deze familie gebleven? Drie feiten wijzen er sterk op dat de Zuid-Westvlaamse familie "De Brabandere" afstammelingen zijn van deze Noord_Franse familie. Nergens in Vlaanderen komt de naam vanaf de 15de eeuw zo frequent voor als in het Kortrijkse. - Eerste argument: de naam "De Brabandere" verschijnt in het Kortrijkse rond de periode als waarin hij verdwijnt in SWB (of minder frequent voorkomt), dit is eind 14 begin 15de eeuw (zie (33), inleiding op deel 1, lijst van buitenpoorters en wezerij van de kasselrij Kortrijk. - Tweede argument: Vanaf het begin van de 15de eeuw (generatie 1) tot aan het begin van de 17de eeuw (generatie 6) breidt de familie zich in het Harelbeekse niet uit. Pas vanaf generatie 7 verspreiden de afstammelingen zich over de Westvlaamse regio. Vanaf dan ook begint het bronnenmateriaal waaruit we putten rijker te worden in de diverse archieven. Hierin zien we al vrij vlug dat de familieleden waar ze zich vestigen, net als hun voorgangers in SW, weer politieke dorps- of gemeentelijke functies als pointer, schepen, burgemeester of baljuw gaan opnemen. (Harelbeke, Beveren, Kortrijk, Bissegem, Lauwe, Lendelede, Moen, Aalbeke, Desselgem, Marke, Kanegem, ...). De eerste waar we daarvoor een bewijs konden vinden was Jan De Brabandere (generatie 6) (pointer/schepen van Harelbeke) Voor hem trouwden wel reeds meerdere familieleden met leden uit families die ook dergelijke functies waarnamen (Van den Gheinste; Scaec; Vandenberghe, Bottens, De Coster, Van Lerberghe). - Derde argument: Een tak van de Zuid-Westvlaamse familie (zie VIII.A.III) neemt in 1788 een wapenschild aan. Het wapen draagt een leeuw, die in tegenstelling met wat we zouden verwachten, geen Brabantse leeuw is ! Wellicht niet toevallig is dit wapen wel het zelfde als dat van de "Heren van Sint-Winoksbergen", de Berghes. aangevuld met drie sterren (die we ook zien bij de abdis van Spermalie (VII.B.I.). De raadt vermeldt in zijn Armorial Général dat het nogal eens voorkwam dat mensen een wapen aannamen,verwant aan dat van de plaatselijke heren: - Gaillard (16de eeuw): le chastelain et seigneur de Berghes St Wynnocx porte: d'or au lyon de gueulle, lampassé et armé d'asur et crye "Berghes, Berges de madame de Chasteau-Bruin" - Th. de Raadt: familie de Brabandere: "d'or au lion de guelles armé et lampassé d'asur au chef d'asur chargé de trois étoiles d'or". In 1292 bestaat het zegel van Christiaan de Brabandere ook al uit eenzelfde klimmende leeuw vergezeld van (twee) sterren (23) ! In "La noblesse Belge"" staat ook vermeld bij de erkenning van de titel en schild: ... "Belle famille flamandde, qui s'honore d'avoir rempli de longue date des charges élévées dans la magistrature communale." We kunnen met een tamelijke zekerheid stellen dat de bakermat van onze familie rond de jaren 1300 in de streek van SWB moet liggen. Alleen blijft het ons onmogelijk de familie daar generatie op generatie te volgen, zelfs familieverband is niet aan te tonen (gebrek aan bronnen, de meeste teksten van SWB zelf zijn in 1383 verloren gegaan). We moeten voldoening nemen met het opsommen van enkele namen. Vanaf het begin van de 15de eeuw lukt deze taak ons wel in het Kortrijkse, zodat daar dan ook ons eerste deel een start neemt rond 1420. Publicaties
• 7oo jaar familiegeschiedenis DEEL I en II "De Brabandere"| Rudi De Brabandere (Tielt-1985). • STAD HARELBEKE Begrippen van locale Geschiedenis van H. Callewaert Harelbeke, Februari 1956 België Belgique Belgien Belgium */JM KORTRIJK\* Jean-Marie De Brabandere |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||